Beter benutten: NRP op WOCODA 2026
Longread
Het Nationaal Renovatie Platform (NRP) bezocht WOCODA 2025 – dé vakbeurs voor volkshuisvesting – en zag dat er met name aandacht was voor nieuwbouwconcepten en de bouwopgave van 1 miljoen woningen. Het perspectief op de veel grotere verduurzamingsoperatie voor 8 miljoen woningen die voor ons ligt ontbrak. Een operatie die kansen biedt om nieuwe woon-, zorg- en leefconcepten toe te voegen aan de bestaande woningvoorraad.
De NRP-invalshoek ‘Beter Benutten Bestaande Bouw’ werd volledig omarmd door WOCODA, wat resulteerde in een inhoudelijke omslag met meer aandacht voor ‘beter benutten’. Voor het eerst was er een Renovatievloer waar bedrijven oplossingen voor renovatie en transformatie presenteerden. Daarnaast stond dit thema centraal in een groot deel van het programma en kwam het ook nadrukkelijk terug in de presentaties, onder meer binnen het eigen NRP-programma.
Het NRP koos voor een gevarieerd aanbod van sprekers die ieder hun licht lieten schijnen op de woonopgave waar we met ons allen voor staan. Met de rol van het NRP bij het manifest ‘De meeste woningen staan er al’ en het essay ‘Beter dan sloop’ was het niet verrassend dat er ook kritisch gereflecteerd werd op de ‘10 nieuwe steden’ van Rob Jetten (D66) en de ‘30 grootschalige nieuwbouwlocaties’ van Kabinet Jetten. Door de sprekers werden alternatieven aangedragen met meer oog voor leefbaarheid en betaalbaarheid.
Van bouwopgave naar woonopgave
Wanneer er gesproken wordt over de bouwopgave gaat het bijna altijd over de 1.000.000 woningen die we tekortkomen en de 100.000 woningen die er jaarlijks opgeleverd moeten worden. Maar waar komen die getallen vandaan en zijn die wel realistisch?
Platform Woonopgave – een collectief van ontwerpers, ontwikkelaars, bouwers, beleidsmakers, corporaties en eenieder die zich bezighoudt met de woonopgave – zoekt naar oplossingen die wél betaalbaar, duurzaam, collectief en toekomstbestendig zijn. Dat doen zij door onderzoek te doen naar de bestaande bouw en in welke mate daarmee het woningtekort verminderd kan worden. Zij spreken dan ook niet van de bouwopgave, maar de woonopgave.
Sanne van Manen van Platform Woonopgave nam ons mee in hun analyse die begint met de vraag hoeveel woningen we op dit moment tekortkomen en hoeveel we de komende 15 jaar nodig hebben. Rekening houdend met onder andere de bevolkingsgroei en de trend dat huishoudens gemiddeld uit steeds minder huisgenoten bestaat, komt de vraag voor de komende vijftien jaar uit op ruim 1,1 miljoen woningen.
De oplossing van de woonopgave ligt in de bestaande bouw.
Van Manen wees op andere factoren die de bouwambitie nu en in de nabije toekomst in de weg zullen staan, zoals het stikstofprobleem en het nog veel ingrijpender dossier van de waterkwaliteit. Tel daar het te verwachten drinkwatertekort, de netcongestie en het tekort aan personeel in de bouw bij op en je kunt niet anders concluderen dat de oplossing van de woonopgave ligt in de bestaande bouw.
Platform Woonopgave heeft berekend dat (toekomstige) beschikbare ruimte die ingezet kan worden voor woningbouw de gewenste 1.000.000 woningen kan opleveren. Door slim om te gaan met politie- en agrarisch vastgoed dat de komende jaren vrijkomt en met bestaande leegstand in kantoren en boven winkels, is er veel winst te behalen. Ook door het stimuleren van woningsplitsen en -delen, kamerverhuur via hospita’s en samenwonen, en bijvoorbeeld door strengere regelgeving voor tweede woningen kan veel worden bereikt.
Naast transformatie heeft het platform ook onderzocht hoeveel woningen er door inbreiding nog toe te voegen zijn aan de voorraad. Door optoppen en uitbouwen, bouwen op bedrijventerreinen en water, boven spoor en parkeerterreinen en op vrijkomende tankstationlocaties kunnen in theorie nog eens 3 miljoen woningen worden toegevoegd aan de woningvoorraad.
Beton, het meest duurzame bouwmateriaal
In zijn verhaal borduurde Reimar Von Meding van KAW hierop voort en haalde de ‘10 nieuwe steden’ van Jette aan. Door enkel te kijken naar de binnenstedelijke tankstationlocaties die uitgefaseerd worden, ontstaat ruimte voor het aantal woningen vergelijkbaar met de gemeente Almere. Hetzelfde doet hij met garageboxen in bezit van woningcorporaties (Groningen), het uitbouwen van hoekwoningen (Maastricht), het herindelen van portiekwoningen (Nijmegen), etc. Alle mogelijk transformaties en aanpassingen die hij voorlegt bieden een potentieel van 1,3 miljoen woningen in tien grote steden.
Het is niet voor niets dat Von Meding wijst op het binnenstedelijk potentieel. Vooral in de verouderde naoorlogse wijken staat de leefbaarheid onder druk: in deze wijken nemen de voorzieningen af, heeft de lokale economie het moeilijk en worden zorg en onderwijs gecentraliseerd. Dit leidt tot een concentratie van kwetsbare groepen. Hierdoor nemen de kansenongelijkheid en gezondheidsproblemen toe.
Het meest duurzame bouwmateriaal is beton… dat je niet nieuw produceert, maar in bestaande gebouwen laat zitten.
Reimar Von Meding (KAW)
Von Meding wijst op de voordelen wanneer in deze naoorlogse wijken bij grootschalige stedelijke vernieuwingsprojecten meer differentiatie in de verdichtingsopgave wordt toegepast. Dit leidt tot veel meer woningen, een meer diverse groep bewoners en kansen voor de terugkeer van verdwenen voorzieningen.
Dus in plaats van je op tien nieuwe steden of ontwikkellocaties te focussen, investeer in het transformeren, renoveren en verdichten van bestaande wijken en buurten, of zoals Van Meding zijn verhaal afsluit “Het meest duurzame bouwmateriaal is beton… dat je niet nieuw produceert, maar in bestaande gebouwen laat zitten.”
Help de ‘identical stranger’ te ontmaskeren
De naoorlogse wijken zoals Von Meding beschouwde vormen ook de basis voor het onderzoek ‘Identical Strangers’ van het Lectoraat Bouwtransformatie & Lectoraat Responsible IT van de Hogeschool van Amsterdam (HvA). In hun onderzoek richten zij zich op het grote aantal identieke sets van galerij- en portiekflats dat in de periode 1960-1975 door het hele land zijn neergezet, vertelt Sába Schramkó van het onderzoeksteam. Omdat er zoveel van deze complexen zijn gebouwd, is het waardevol om te onderzoeken welke voorbeeldstellende ingrepen er bij dit type woningbouw al zijn gedaan en hoe deze kunnen worden toegepast op vergelijkbare gebouwen, ensembles en buurten.
Beeld: © Luuk Kramer
Het uiteindelijke resultaat van het onderzoek wordt een werkboek met een systematisch en beeldend overzicht van beproefde concrete ingrepen en afwegingskaders die hieraan ten grondslag liggen, aangevuld met een AI-zoekalgoritme. Voor de ontwikkeling van dit AI-zoekalgoritme wil het onderzoeksteam een bestaand algoritme voor het herkennen van gebouwdelen doorontwikkelen door het te voeden met specifieke kenmerken van het bouwsysteem, patronen over meerdere verdiepingen en in de plint, en materiaalgebruik, balkons en galerijen.
Identical Strangers opsporen
Het traceren van de ‘Identical Strangers’ gebeurt via drie sporen en richt zich op dit moment op de drie meest toegepaste bouwsystemen voor de portiek- en galerijflats in periode 1960-1975: Muwi, BMB en Coignet.
- Spoor 1: Historische Data – archiefmateriaal en ontwikkelingen in beeld
- Spoor 2: Levende Kennis – oud-partners, bouwbedrijven en ontwerpbureaus
- Spoor 3: Datasets en beeldherkenning – datasets, multimedia en gemeentelijke datasets
Sába sloot af met de oproep om kennis over systeembouwrenovatie en herontwikkelingsprojecten te delen. Dit betreft zowel kennis bij woningcorporaties over systeembouwbezit en besluitvorming rondom renovatie en herontwikkeling, als de ervaringen van oud-medewerkers en -partners die betrokken waren bij de bouw en renovatie van deze ‘identical strangers’.
Naast de harde renovatie is ook aandacht nodig voor de zachte renovatie: de sociale renovatie van de buurt.
Het trappetje naar ontmoeting
De eerdergenoemde urgente vraagstukken rondom leefbaarheid (stikstofproblematiek, netcongestie, personeelstekort, waterkwaliteit en drinkwatertekort) los je niet alleen op door het aanpakken van de gebouwen of het verdichten binnen het bebouwde gebied. Naast de harde renovatie is ook aandacht nodig voor de zachte renovatie: de sociale renovatie van de buurt. Binnen het ontwerp van de naoorlogse portiek- en galerijflats was destijds vaak weinig aandacht besteed aan ontmoeting. In deze tijd van vergrijzing en individualisering leidt dat tot eenzaamheid en weinig sociale cohesie, waardoor de leefbaarheid in het gebouw en de omgeving is afgenomen.
Ianthe Mantingh van Zijdekwartier Architecten liet aan de hand van voorbeelden uit de eigen praktijk zien hoe je met relatief kleine ingrepen een grote bijdrage kan leveren aan ontmoeting in en rond een gebouw. Om die ontmoeting te stimuleren, hanteert het bureau van Manting een drietal principes: ‘Terug naar de tussenmaat’, ‘Ontwerp een gebouw als buurt’ en ‘Maak een stoep bij elke voordeur’.
Veel flats hebben geen directe verbinding met de straat, maar toch vindt 80% van de informele contacten met buurtbewoners plaats op de stoep voor de deur. Door alle woningen op de onderste woonlaag te voorzien van een trap naar de straat ontstaat bij elke woning een stoepje, waardoor de interactie met buurtbewoners op straat toeneemt. De behoefte om een eigen plekje voor de deur te creëren, leeft ook bij bewoners op hogere woonlagen. Dit heeft Zijdekwartier opgelost door de breedte van de vaak smalle galerijen te verdubbelen. Trappetjes waren ook de oplossing om binnentuinen te transformeren van kijkgroen naar een plek waar ruimte is voor ontmoeting en activiteiten. Niet alleen voor de bewoners van de flat, maar ook voor die van de andere blokken die de binnentuin omsluiten.
Een laatste noemenswaardig voorbeeld is de entree van deze complexen, die vaak onpersoonlijk en niet uitnodigend zijn. Terwijl dit de plek is waar de kans op ontmoeting het grootst is op weg naar huis of bij het halen van de post. De ene keer is het voldoende door met aanpassingen de entree lichter, ruimer en veiliger te maken. In andere gevallen is het noodzakelijk dat de hele entree voor het gebouw wordt verplaatst.
Afrondend hebben de sprekers duidelijk gemaakt wat we eigenlijk al wisten: om de woonopgave op te lossen moet er meer geïnvesteerd worden in renovatie, transformatie en verdichting van het bebouwde gebied in het algemeen en in de naoorlogse woonwijken in het bijzonder.
Deze eerste editie van de WOCODA, die samen met het NRP werd geprogrammeerd, trok met 3000 deelnemers een recordaantal bezoekers. Het grote aantal deelnemers laat zien dat de gekozen invalshoek goed aansluit bij de belangstelling en kansen biedt voor toekomstige edities.
Met dank aan alle sprekers tijdens het NRP-programma op de WOCODA 2026: Ianthe Mantingh, Sába Schramkó, Peggy Totté, Jet Bussemaker, Ayla Stomp, Dirk Vreugdenhil, Arie Lengkeek, Reimar von Meding, Sigrid Hoekstra, Biense Dijkstra, Janne van Berlo, Marleen Delfos, Moriko Kira, Sanne van Manen, Tim Vekemans en Elisabeth Boersma.
Dit artikel is geschreven door auteur Lex de Jong van UrbanBoost.
Foto’s in dit artikel door Rogier Boogaard.
Presentaties van de sprekers
Bekijk de presentaties van Sába Schramkó, Jet Bussemaker, Ayla Stomp, Dirk Vreugdenhil, Reimar von Meding en Moriko Kira.