Terug naar overzicht

Column Ninke Happel: Alles wat je erin stopt, komt er ooit uit 

Vlak voordat we op vakantie gaan, is er altijd van alles te doen. Zo ook in de week voor de meivakantie, die dit jaar in april viel. Maar dat terzijde. Nou zijn de weken voor een vakantie altijd vol, maar deze week was daar de overtreffende trap van. Er moesten nog bergen was worden weggewerkt, boodschappen gedaan, zomerkleren worden gevonden, lekke ballen vervangen, de camper rijklaar gemaakt en ingepakt en het huis schoongemaakt. Daarnaast moest ik op de valreep nog een lezing voorbereiden en hadden onze dochters voor elke dag een toets. Chaos van het moderne gezin.

‘Waarom moet ik überhaupt Frans leren?’ schreeuwde onze jongste dochter midden in al die onrust. Niet als vraag, maar als noodkreet. Ik nam geen tijd voor een pedagogisch antwoord en hoorde mezelf efficiënt terugroepen: ‘Gewoon leren. Alles wat je erin stopt, komt er ooit uit!’

De lezing die ik voorbereidde, was een pleidooi over hoe je op basis van gerijpte kennis juist daadwerkelijk kwaliteitsvolle en duurzame gebouwen maakt, die bovendien betaalbaar zijn, gezondheid stimuleren en eenzaamheid tegengaan.

Terugkijkend was het dus opvoedkundiger geweest als ik iets motiverends had gezegd over de toepasbaarheid van de Franse taal. Bijvoorbeeld dat ze in Marokko Frans spreken. Vier dagen later vertrokken we immers op roadtrip naar Marokko. Met ons kampeerbusje, omdat je al rijdend naar het zuiden het landschap ziet veranderen. Van het groen van de Belgische Ardennen tot het geel van de Sahara. Geleidelijk voelden we het droger en warmer worden. Ook droger en warmer dan 17 jaar geleden.

Tekst gaat verder onder de afbeelding 

Foto Karin Borghouts, Parijs, 13e arrondissement, 2015

Onze eerste stop was aan de Atlantische kust. We aten in een strandtent. Ik hoorde mijn dochter voor het eerst in perfect Frans bestellen: ‘Je voudrais des moules-frites’, en even later: ‘L’addition, s’il vous plaît.’ Ik begreep dat haar toets over Franse communicatie in restaurants ging. Kwam dat even van pas! De vakantie was begonnen.

We reden door naar Zuid-Spanje, waar we de ferry naar Marokko namen. Daar vervolgden we de reis via de Romeinse stad Volubilis en het middeleeuwse Fez naar de Gorge du Ziz. Onderweg las ik op Archined een artikel over Alexander Tzonis, die op 1 maart dit jaar is overleden. Tijdens mijn studie kreeg ik college over het kritisch regionalisme; een ontwerptheorie van Tzonis en Lefaivre over een hedendaagse architectuur die niet simpelweg meegaat in de universele moderniteit, maar veeleer de lokale en maatschappelijke context serieus neemt en daarop verder bouwt. Ik voel me ermee verwant en zie er nu de actuele waarden van in, zoals verbinding, continuïteit en duurzame vernieuwing. Maar ik herinner me dat ik zo’n 27 jaar geleden niet begreep waarom ik daarover moest leren. Het ontbrak mij simpelweg aan een toepasbaar referentiekader. Het was nog te moeilijk.

Al kijkend doorvoel ik, gevoed door de herinnering aan wat ik ooit leerde, de waarde ervan.’

Terwijl ik het artikel lees, rijden we door dor geel landschap. En dan opeens ontvouwt de Gorge zich meters lager als een adembenemende groene rivier vol palmen, geflankeerd door bescheiden bebouwing, precies in dezelfde kleur geel als het omliggende landschap. De lemen bebouwing groeit letterlijk voort uit het landschap en vormt er één visueel geheel mee. Ze wordt gemaakt met materialen die de aarde lokaal voortbrengt en reageert met dikke muren en kleine ramen op het plaatselijke klimaat. De plaatsgebondenheid overtuigt met een overweldigende collectieve esthetiek.

Een paar dagen later vervolgen we onze reis via de Erg Chebbi-woestijn naar de Dadèskloof. Op een wandeling door deze groene oase, waar landschap en bebouwing juist opvallend rood kleuren, passeerden we een verlaten kasba. Het huis wordt onder invloed van het weer geleidelijk teruggegeven aan de natuur. Het verval maakt de bouwmethodiek inzichtelijk. En terwijl ik naar de verrotte vloerbalken en de dikke geërodeerde muren van leem, stro en adobe kijk, denk ik bij mezelf: ‘Tot stof zult gij wederkeren.’ De bebouwing lijkt de tijd ver vooruit in de compromisloze biobased materiaaltoepassing en circulariteit.

Natuurlijk komen de huizen hier gewoon traditioneel tot stand en niet op basis van een ontwerptheorie. Maar al kijkend doorvoel ik, gevoed door de herinnering aan wat ik ooit leerde, de waarde ervan. Ik ben blij dat het er ooit is ingestopt.

Over Ninke Happel

Ninke is architect en mede-oprichter van architectenbureau Happel Cornelisse Verhoeven. Met het bureau werkt ze, naast de huisvestingsopgave, aan renovaties, restauraties en herbestemmingen van publieke gebouwen en interieurs in Nederland en België. Ninke is jurylid van de Gulden Feniks en nu ook vaste columnist bij NRP. Iedere twee maanden schrijft ze over wat haar bezighoudt in de (bouw)wereld.

Het beeld bij deze column wordt op verzoek van Ninke verzorgd door fotograaf Karin Borghouts. Karin heeft een uitzonderlijk oog voor dagelijkse taferelen. Met haar fotografie bevraagt zij de gebouwde omgeving.

Foto: Sylvana Lansu