Column Ninke Happel: Gewoon vóelen
Direct na onze studie maakten wij een roadtrip door Europa. We trokken van land naar land, van woonproject naar woonproject. Eén daarvan was Siedlung Halen. Een collectief woonproject net buiten Bern. De Siedlung is eind jaren ’50 van de vorige eeuw ontworpen door het Zwitserse bureau Atelier 5. Het is nu beschermd nationaal cultuurbezit, maar destijds was het experimenteel en activistisch. De architecten zochten namelijk een alternatief voor de ruimteverslindende individuele grondgebonden woningen. Ze vóelden dat goed wonen ook compact, collectief en verbonden tot stand kon komen.
Ze ontwierpen 79 langgerekte en grondgebonden betonnen rijwoningen die ze geterrasseerd schakelden tot een groot, maar onnadrukkelijk bouwwerk, met in de donkere buik een gedeelde parkeergarage en een zwembad op de plek met het mooiste uitzicht. Door de glooiende ondergrond profiteren alle woningen van uitzicht en van tuinen met volle grond, die op hun beurt weer voor verregaande vergroening zorgen van het betonnen wooncomplex. De bewoners delen verder een omliggend bos, een winkel, een samenkomstruimte, een centraal pleintje én, jawel… een benzinepomp (begin jaren ’60 hè)! De architecten die het project ontwierpen, van stedenbouwkundige inpassing tot en met de inbouwkasten, hebben zich zó verbonden aan dit project dat ze er zelfs gingen wonen. Om te ervaren en ervan te leren voor volgende projecten.
Tekst gaat verder onder de afbeelding
Van die reis door Europa en in het bijzonder deze Siedlung nam ik mee dat, als je woonkwaliteit wil maken, je je moet willen verbinden. In plaats van van buiten naar binnen ontwerp ik daarom graag van binnen naar buiten. Alsof ik al ín het ontwerp ben, zie, voel, ruik en verlang ik in elk project naar hoe het daglicht binnenvalt, het uitzicht de wereld verruimt, hoe het oppervlak voelt en hoe materialen en hun detaillering bijdragen aan de eigenwaarde van bewoners. Omdat ik voel, bestaat het al. Omdat wij voelen, komt het er.
Op het tweede Bal der Verbeelding dat door de BNA georganiseerd werd, sprak Bas Heine een zaal vol architecten toe. In het kader van de woonopgave citeerde hij de beroemde uitspraak van de Schotse verlichtingsfilosoof David Hume: Reason is a slave to the passions. Wat hij vrij vertaalde als: “Onze rede is horig aan onze emoties.” Waarna hij vervolgde: “Daarbij bedoelde hij dat wanneer we iets willen veranderen in de wereld, we eerst iets moeten voelen, een stem in ons die zegt dat we in actie moeten komen, dat we een uitdaging niet langer kunnen negeren, de handen uit de mouwen moeten steken.” Mijn hart maakte een hoopvol vreugde-hink-stap-sprongetje. Het kan, dacht ik. Meer gevoel, meer woningen, meer woonkwaliteit!
Omdat ik voel, bestaat het al. Omdat wij voelen, komt het er.
En ik denk weer terug aan Siedlung Halen, waar wij afgelopen zomer nogmaals waren. We parkeerden onze kampeerbus en zagen direct overal de deuren openstaan. Mensen met ladders, lampjes en vlaggetjesslingers versierden, als in een feelgoodmovie, het pleintje. Eén van hen heette ons welkom en legde uit dat het die dag precies vijfenzestig jaar geleden was dat de Siedlung in gebruik werd genomen. Het zou die avond daarom Halenfest zijn, waar ze het samenleven zouden vieren. Tuurlijk was het goed als we even rondliepen én of we daarna nog even in haar huis wilden kijken. Graag, wat een gastvrijheid!
Tijdens de rondleiding door haar huis zagen we hoe de openstaande voordeuren toegang gaven tot een patio met vaste berging. Hoe een kleine badkamer en keuken waren samengevoegd tot een grote keuken met uitzicht op de entreepatio. Hoe ergens anders een fijne badkamer was gemaakt. Hoe van een grote kamer twee kleinere kamers waren gemaakt. Hoe een nieuw daklicht de bestaande trap nog aangenamer maakte. Hoe het gezin op een ruim balkon met uitzicht samen kon eten, maar op warme dagen een verdieping lager beschutting vond in de schaduw van een pergola, én hoe een klein trapje het omliggende landschap ontsloot, waar de familie haar moestuin had.
Terugkijkend naar de achtergevel wees onze gastvrouw vervolgens op de diverse plekken met betonrot en vertelde ze dat de woningen energetisch zo lek zijn als een mandje. “Maar het is hier heerlijk wonen hoor!” vervolgde ze direct. Wij begrepen van haar dat, ondanks dat de eigenaren nu voor een grote renovatie- en dus financiële uitdaging staan, niemand weggaat en de wijk aflatend populair is. Het attente ontwerp zorgt er immers nog steeds voor dat de huizen zich naar je willen voegen, dat buren altijd nabij zijn, dat kinderen veilig opgroeien, dat het landschap dichtbij is, dat delen vanzelfsprekend is, dat voordeuren vaak openstaan.
“En de architecten van weleer?” vroegen wij.
“Ohhhh,” zei ze, “die zijn op hoge leeftijd en wonen er nog of zijn er tot hun dood blijven wonen.”
Dus laten we inderdaad weer gaan voelen! Het zorgt er namelijk niet alleen voor dat een gebouw er komt, het wakkert ook de renovatiebereidheid aan én je leeft er langer door!
Over Ninke Happel
Ninke is architect en mede-oprichter van architectenbureau Happel Cornelisse Verhoeven. Met het bureau werkt ze, naast de huisvestingsopgave, aan renovaties, restauraties en herbestemmingen van publieke gebouwen en interieurs in Nederland en België. Ninke is jurylid van de Gulden Feniks en nu ook vaste columnist bij NRP. Iedere twee maanden schrijft ze over wat haar bezighoudt in de (bouw)wereld.
Het beeld bij deze column wordt op verzoek van Ninke verzorgd door fotograaf Karin Borghouts. Karin heeft een uitzonderlijk oog voor dagelijkse taferelen. Met haar fotografie bevraagt zij de gebouwde omgeving.
Foto: Sylvana Lansu