Column Ninke Happel: Minister Boekholt-O’Sullivan? Het is een ontwerpopgave!
De laatste tijd vond ik het nogal hopeloos. Het woningnooddossier. Iedereen wist raad. De discussies werden gedomineerd door ongefundeerd gepapegaai over aantallen, oplossingen en verwijten. Ik zag maar amper twijfel, nuance en reflectie. En dat is vreemd. Want het heeft de afgelopen jaren niet veel opgeleverd. De gewenste aantallen zijn niet gehaald.
Toch gloort er sinds 27 februari hoop. Vier dagen na haar beëdiging verscheen op de socials een filmpje van onze kersverse minister van VRO, Elanor Boekholt-O’Sullivan. In de video gaat zij op bezoek bij Denise, die met haar twee kleine kinderen noodgedwongen bij haar moeder en stiefvader in een tweeslaapkamerappartement woont. De minister concludeert dat het bezoek diepe indruk op haar heeft gemaakt en dat ze zich elke dag wil blijven realiseren waar de opgave over gaat: “Het gaat niet over dat ik de statistieken uit mijn hoofd kan leren en dat ik precies weet wat de aantallen zijn in Nederland. Dit gaat over mensenlevens. Daar hebben we een oplossing voor te vinden, mensen die gewoon een thuis kunnen vinden en waar ze hun kinderen veilig kunnen laten opgroeien.”
Ok, ik snap heus wel dat hier mogelijk een knappe spindoctor de framing bepaald heeft. En ik zie ook dat de geschreven tekst onder het filmpje nog steeds gaat over zo snel mogelijk zoveel mogelijk heipalen de grond in. Desondanks stemt het mij hoopvol, omdat ik uit haar mond toch echt hoorde dat het om een woonopgave gaat. De door velen goed gefundeerde nuance lijkt voorzichtig een plek te krijgen in het debat.
Tekst gaat verder onder de afbeelding
Het is inderdaad primair een woonopgave waar secundair een bouwopave uit kan volgen. Daarbovenop realiseer ik me dat de nieuwe minister pre-primair staat voor een enorme ontwerpopgave. Niet voor al die losse woningen, maar voor het grote vraagstuk. Hoe we de aantallen gaan halen. En ik geloof dat ik als architect recht van spreken heb. Ik grossier namelijk in ontwerpkracht. Het is onze USP waarmee wij elke dag problemen bevorderen tot kansen, mogelijkheden en potenties. Ik heb er zelfs een eigen quote voor: “Ontwerpkracht is het vermogen om te zoeken naar iets waarvan je nog niet weet wat het is dat je moet vinden.”
Deze quote maakt direct duidelijk dat ontwerpkracht tegenstellingen in zichzelf verenigt. Het komt altijd met vertragen en bevragen, doodlopende paden én lichte paniek. Als je geen architect bent, schrikt dat je misschien af of maakt het je zenuwachtig. Dan is het makkelijker om het vanuit controlerende managementmechanismes af te doen als risico, kostenpost en vertragende factor. Maar wie zich er vanuit vertrouwen aan kan overgeven, wordt beloond. Het levert namelijk altijd versnelling, nieuwe wegen, antwoorden en opluchting op. Ontwerpen is ook pas op de plaats maken, het organiseren van meerstemmigheid en de bereidheid om onbevangen naar vraagstukken te kijken, vóórdat een grootschalige oplossing doordacht wordt ingezet.
‘Ontwerpkracht is het vermogen om te zoeken naar iets waarvan je nog niet weet wat het is dat je moet vinden.’
Eveneens op 27 februari las ik het NRC-artikel “In kleinschaligheid liggen de oplossingen voor grote problemen”, geschreven door journalist en sociaal geograaf Floor Milikowski . Floor betoogt dat grote maatschappelijke problemen – zoals woningtekorten, stijgende zorgkosten en eenzaamheid – vaak niet effectief worden opgelost met grootschalige, uniforme plannen. In plaats daarvan pleit zij voor kleinschalige, lokale oplossingen die beter aansluiten bij de specifieke context van een plek. Veel vraagstukken zijn met elkaar verweven en zouden integraal aangepakt moeten worden. Door bijvoorbeeld wonen, zorg, sociale cohesie en leefomgeving te combineren, kunnen oplossingen tegelijk meerdere problemen aanpakken. Kleinschaligheid maakt maatwerk mogelijk en benut lokale kennis en betrokkenheid van bewoners.
Een ontwerpopgave dus waarin bijvoorbeeld wordt onderzocht welke wegen er allemaal naar Rome leiden, hoe het geheel meer kan zijn dan de som der delen, hoe kleine beetjes het verschil kunnen maken, hoe vele handen licht werk kan maken, hoe daarbij iedereen verstand van wonen mag hebben.
Ik wens onze nieuwe minister de komende jaren veel vertraging, doodlopende paden en lichte paniek toe. Het is immers onze beste én meest integere kans op voldoende woningen voor iedereen. En ik zou haar adviseren om naast de gangbare gesprekspartners ook haar oor eens te luister te leggen bij de architectengemeenschap. Die staat namelijk te popelen om mee te zoeken naar versnelling, nieuwe wegen en opluchting!
Over Ninke Happel
Ninke is architect en mede-oprichter van architectenbureau Happel Cornelisse Verhoeven. Met het bureau werkt ze, naast de huisvestingsopgave, aan renovaties, restauraties en herbestemmingen van publieke gebouwen en interieurs in Nederland en België. Ninke is jurylid van de Gulden Feniks en nu ook vaste columnist bij NRP. Iedere twee maanden schrijft ze over wat haar bezighoudt in de (bouw)wereld.
Het beeld bij deze column wordt op verzoek van Ninke verzorgd door fotograaf Karin Borghouts. Karin heeft een uitzonderlijk oog voor dagelijkse taferelen. Met haar fotografie bevraagt zij de gebouwde omgeving.
Foto: Sylvana Lansu