Terug naar overzicht

Werken met MPG biedt ook goede aanknopingspunten voor bestaande bouw

05 januari 2021

De Milieu Prestatie Gebouw (MPG) is aan een verdere opmars bezig. Met deze methode kan de milieubelasting van een gebouw gedurende de gehele levensduur worden gemeten. Voor de nieuwbouw van woningen en kantoren wordt er al een aantal jaren mee gewerkt en de norm wordt binnenkort aangescherpt. Nu komt ook de bestaande bouw nadrukkelijk in beeld. Hoe scoren renovatie en transformatie van bestaande gebouwen langs deze meetlat? Het Nationaal Renovatie Platform (NRP) organiseerde er een goed bezocht webinar over samen met het ministerie van BZK. Conclusie: ook voor de omgang met gebouwen die er al staan, biedt het werken met de MPG goede aanknopingspunten.

Een kleine 80 deelnemers schakelden op dinsdag 15 december in bij het webinar van het NRP en zagen Bas van de Griendt de aftrap verrichten in zijn rol als manager van het programma #NRPcirculair. Kijkend naar de gradaties van circulariteit kan met het renoveren of transformeren van een bestaand gebouw het hoogste niveau gehaald worden; slopen en nieuwbouwen is zeker niet hét antwoord. Maar hoe valt dat oordeel uit wanneer gebruik wordt gemaakt van de MPG? De minister van BZK kondigde in het najaar van 2019 aan dat naast de nieuwe aanscherping van de MPG voor de nieuwbouw ook de bestaande bouw hierin zou worden meegenomen. Het werd de start van een traject waarin deze bredere toepassing van de methode werd onderzocht. Een jaar later kan nu een eerste balans worden opgemaakt, in de richting van een verdere implementatie.

webinar bas

Impuls aan de markt

Jos Verlinden (directie Bouwen en Energie ministerie BZK) gaf een korte terugblik op hoe het denken over de MPG Bestaande Bouw zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Startpunt was een kabinetsbrief in 2016 waarmee zwaarder werd ingezet op het principe van circulariteit. Het Rijk kreeg een voorbeeldrol op het gebied van ‘circulair inkopen’ om daarmee een impuls aan de markt te geven het goede voorbeeld te volgen. Zo werd bijvoorbeeld ingezet op het werken met een uniforme meetmethode en het ‘materiaalpaspoort’ waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoeveel materialen in een gebouw zijn opgenomen en wanneer zij eventueel vrijkomen. Ook kennisontwikkeling, samenwerking met organisaties in het veld en fiscale prikkels zijn belangrijke speerpunten.

Kijkend naar de bouwopgave gaf Verlinden aan dat de MGP al geldt voor de nieuwbouw en daar al min of meer de standaard is. Het draagt bij aan het verminderen van de milieudruk van gebouwen. ‘Het is zeker niet het enige instrument maar het is wel een belangrijke. Het is onze ambitie om de MPG uit te breiden naar alle gebruiksfuncties en naar de bestaande gebouwenvoorraad. De combinatie van een fors lagere eis en deze verbreding is een duidelijk signaal naar de marktsector: hier kunt u zich op voorbereiden.’

webinar1

Breed toepasbaar

Voor de ontwikkeling van een MPG voor bestaande gebouwen heeft het ministerie van BZK de samenwerking met de stichting Nationale Milieu Database (NMD) opgezocht. Dit gebeurt zonder onderlinge afhankelijkheid en met duidelijk gescheiden rollen: het Rijk kán de methode die NMD straks aanreikt, integreren in de bouwregelgeving, maar is daartoe niet verplicht. Verlinden: ‘De eisen en de methode moeten breed toepasbaar zijn, daar kijken wij nadrukkelijk naar. Randvoorwaardelijk voor de introductie van nieuw beleid is dat er een breed draagvlak voor bestaat bij de belanghebbenden en dat er goede relatie is met andere beleidsdoelstellingen. De héle bouwsector moet ermee kunnen werken, van de koplopers tot en met de volgers. Ook moeten de kosten en administratieve lasten draaglijk zijn.’

Omdat de bestaande gebouwenvoorraad veel groter is dan hetgeen er met nieuwbouw aan wordt toegevoegd, kan de MPG Bestaande Bouw in potentie een veel grotere marktimpuls teweegbrengen. ‘Wij verwachten dat de eis en de methode een rol gaan spelen bij het voorraadbeheer van gebouweigenaren. Ze kunnen bijvoorbeeld helpen in de afweging tussen sloop/nieuwbouw versus renovatie/transformatie.’ De komende tijd wordt hiermee ervaring opgedaan in de praktijk en het ministerie is benieuwd naar de resultaten: ‘Wat zijn referentiecijfers, wat zijn de potentiëlen die we kunnen realiseren? Ergo: rekenen, rekenen, rekenen.’ De partners van NRP worden daarom nadrukkelijk uitgenodigd om kennis en ervaring in te brengen.

Drie opties

David Anink (W/E Adviseurs) heeft zich de laatste tijd bezig gehouden met het opstellen van een MPG-methode voor de transformatie en renovatie van bestaande gebouwen. De rekenregels die hierin worden gehanteerd, sluiten aan op de regels van de MPG nieuwbouw. Waar de MPG nieuwbouw rekening houdt met een levensloop van materialen van productie tot en met recycling en hergebruik, voegt de MPG transformatie/renovatie daar een nieuwe levensloop aan toe: van de ingreep in de bestaande situatie tot en met de uiteindelijke sloop. Anink: ‘De vraag is dan op het moment van ingrijpen: welke materialen blijven gehandhaafd, welke worden eruit gehaald, welke worden toegevoegd? Dat zijn de drie productopties.’ Om de integrale milieubelasting van de nieuwe situatie in kaart te brengen, wordt deze terug gerekend naar de belasting per m2 en per jaar. ‘Uitgaande van het nieuwe bruto vloeroppervlak van het gebouw en het restant van de levensduur.’

webinar2

Net als Jos Verlinden verwacht ook David Anink dat het werken met deze methodiek dimensies zal toevoegen aan de manier waarop eigenaren met hun gebouwen omgaan: ‘De verschillende circulariteitsstrategieën vinden hierin heel mooi een plek.’

De MPG transformatie/renovatie is nu als ‘addendum’ van de MPG nieuwbouw te vinden op de website van stichting NMD. ‘De rekeninstrumenten worden daar op korte termijn nog aan toegevoegd, maar partijen in het veld kunnen er nu al mee aan de slag.’

Materialen in beeld

Een partij die deze boodschap zich al ter harte heeft genomen, is de landelijk werkzame woningcorporatie Mooiland. Lennart Zwijsen gaf een interessant kijkje in de keuken: zijn organisatie is in ’s-Hertogenbosch bezig met de gemeente, collega-corporaties en huurdersorganisaties om de milieubelasting van bestaande bouw in beeld te brengen. Volgend op de jaarlijkse prestatieafspraken worden nu ook langjarige afspraken gemaakt over de materiaalstromen in de woningvoorraad: ‘Circulariteit is een hoofddoel geworden. We willen met schonere en biobased materialen gaan werken en schadelijke stoffen juist terugbrengen.’ Maar hoe dit alles te meten? ‘Daar ontbraken de tools voor en dus zijn we die zelf, samen met W/E Adviseurs, gaan ontwikkelen.’ Inmiddels bestaat er een inzicht wat de Bossche corporaties op jaarbasis aan milieu-impact realiseren. ‘Opvallend is dat nieuwbouw een vijf keer zo grote milieubelasting genereert dan renovatie/transformatie. We kunnen nu al uitspraken doen op productniveau: welke producten kunnen we het beste toepassen, daarbij rekening houdend met een langere levensduur van onze gebouwen.’

De nieuwe inzichten worden momenteel verwerkt in een ‘Routekaart’ die aangeeft hoe de corporaties de komende tijd met gebouwmaterialen willen omgaan. Zwijsen: ‘We nemen daar de producten ook nadrukkelijk in mee. We willen voorkomen dat het hen rauw op het dak valt, daar is niemand bij gebaat.’ Inzet is de ontwikkeling van een tool waarmee alle opties (materialen behouden, toevoegen en hergebruiken) in een oogopslag inzichtelijk worden. ‘Met die opties kunnen we gaan spelen. En dan kunnen wij als corporatie gaan sturen: wat is onze milieubelasting nu en volgend jaar? Welke keuzes kunnen we dan – op elementniveau – maken om de milieubelasting verder terug te brengen?’

Inmiddels zijn al ruim 250 berekeningen gedaan met de nieuwe methodiek en de lessen kunnen – indachtig de eerdere oproep van BZK – de komende tijd gedeeld worden. ‘Veel woningtypes die we in Den Bosch hebben, zijn ook elders in Nederland toegepast. We kunnen onze kennis dus meer generiek maken.’

Mooiland - NPR Circulair MPG voor renovatie en transformatie

Schaduwkosten

Ook in de wereld van project- en gebiedsontwikkeling wordt met belangstelling naar de MPG Bestaande Bouw gekeken, zo bleek uit de inleiding van Christiaan Groeneweg (VORM Transformatie & Ontwikkeling). Aan de hand van enkele projecten liet hij zien welke afwegingen er gemaakt worden bij de aanpak van bestaande gebouwen. ‘Ook wij vragen ons voortdurend af: wat is de milieutechnische meerwaarde van transformatie? Intern voeren we die discussie regelmatig: hoe scoort het ten opzichte van nieuwbouw? In die afweging ontbraken de goede referenties en daarom hebben we ze zelf berekend.’ Aan de hand van zeven eigen projecten is Groeneweg met zijn collega’s erin geslaagd om een gemiddelde van ‘schaduwkosten’ uit te rekenen. Conclusie: waar een nieuwbouwproject 0,77 euro per m2 kost, ligt dat getal bij transformatieprojecten eerder rond 0,35 à 0,40 euro. ‘Anders gezegd: je kunt twee transformatieprojecten bouwen voor de prijs van één nieuwproject.’

Deze manier van afwegen kwam recent van pas toen VORM bezig was met de ontwikkeling in het Utrechtse Museumkwartier. Hier werden uiteindelijk bestaande gebouwen aangevuld met nieuwbouw: ‘We hebben alle mogelijke ingrepen tegen het licht gehouden, inclusief de milieubelasting. In dit geval stond een nieuwbouwproject – dat compleet in hout wordt uitgevoerd – ons toe om daarin een aantal specifieke programmaonderdelen te huisvesten, waardoor we de bestaande monumentale gebouwen respectvol konden bewaren en uiteindelijk onze duurzaamheidsdoelen konden realiseren. Zo voegen we een nieuwe laag aan geschiedenis van de stad toe.’

VORM - NPR Circulair MPG voor renovatie en transformatie

Zachte waarden

Het betoog van Groeneweg maakte duidelijk dat het in de discussie om veel meer gaat dan materialen en daarmee de MPG sec: ‘Wij zijn vaak verwikkeld in gesprekken met gebouweigenaren en gemeenten. Wij willen hen de meerwaarde van renovatie en transformatie inzichtelijk maken. Die meerwaarde is ook sociaal, maatschappelijk en cultureel van aard. Ik verwacht dat de MPG Bestaande Bouw hierin zeker zal helpen, maar het zal zeker niet alle waardes in beeld brengen. Daar hebben zij zelf als ontwikkelaar ook een belangrijke rol in te spelen.’ Groeneweg illustreerde zijn betoog aan de hand van een recent project in Rotterdam, waarbij een voormalig schoolgebouw werd getransformeerd tot woningen: ‘Het was weliswaar een zwaar betonnen gebouw maar mensen die daar onderwijs hebben gehad, hebben er wel een herinnering bij. En het fungeert als herkenningsteken in de wijk. Ook die “zachte” waarden zijn interessant om mee te nemen in een herontwikkeling.’

Breed perspectief

Terugkijkend op deze eerste verhalen uit de praktijk gaf Jos Verlinden (BZK) aan dat de bredere invalshoek van de betrokken partijen inspireert: ‘Het gaat inderdaad niet om het rekenen en de methode alléén: we willen vooral met elkaar de milieudruk van de gebouwde omgeving verlagen. Ook voor de toekomstige generaties. Het is goed om daarbij een breed perspectief te hanteren. De MPG is op dit moment het beste instrument dat we in huis hebben om de milieubelasting van een gebouw integraal weer te geven. Het is vervolgens aan de partijen in het veld om daarop te acteren en te sturen. Hoe pakken de keuzes uit gedurende de gehele – en al dan niet verlengde – levenscyclus?’

Verlinden benadrukte dat de MPG Bestaande Bouw bijvoorbeeld geen keuzes voor bepaalde materialen – zoals hout ten opzichte van beton – zal maken. ‘Het is aan de bouwketen zelf om daarin beslissingen te nemen.’ Ook gaf hij aan dat het ministerie op een aantal punten zelf nog ‘zoekende’ is. ‘Welk sturingsinstrument is het meest effectief, bezien vanuit het Rijk? En willen we specifiek sturen op één milieueffect – zoals CO2 – of trekken we dat breder? Dat zijn vragen die nog spelen en waar we nadrukkelijk ook het gesprek met de sector over blijven opzoeken – ook in NRP-verband.’

Verslag: Kees de Graaf [Studio Platz]

Bekijk hier ook de opnames van het webinar en download de presentaties.